‘Sommige versregels wachten jaren op een schilderij’

Marcel de Bruijn interviewt Ute Wöllmann over verdichting in schilderkunst en poëzie.

Veel titels van de schilderijen van Ute Wöllmann verwijzen naar versregels van de Oostenrijkse dichteres Ingeborg Bachmann. Bij de opening van haar eerste Nederlandse tentoonstelling verklaart de Berlijnse schilder hoe dat komt.

Wanneer kwam je voor het eerst in aanraking met het werk van Bachmann?

‘Heel klassiek eigenlijk, door een goede leraar Duits. Hij behandelde veel hedendaagse literatuur. Hij las een gedicht voor van Bachmann, Erklär mir, Liebe. Ik was vijftien en dat heeft me ontroerd. Zo kwam ik bij het hele oeuvre van Ingeborg Bachmann. Ik vond haar taal zo groots. Ze heeft me sindsdien in mijn leven begeleid.’

Begint een schilderij bij een gedicht, of start het met het schilderen zelf en zoek je er dan een dichtregel bij?

‘Uit sommige gedichten zijn heel veel schilderijen ontstaan, zoals Von einen Land, einem Fluß und den Seen. Maar er zijn ook versregels die ik heel mooi vind maar nog geen schilderijen hebben. De versregels zijn er dus de hele tijd. Ze wachten zogezegd, ze zijn klaar. Bij sommige thema’s bestaan meerdere werken, zoals Schattenfrüchten fallen von dem Wänden. Dat is een onderwerp dat in meerdere versies opduikt. Daarom weet ik niet zo goed wat er eerst is, het gedicht of het kunstwerk.

De beeldrijke taal van Bachmann spoort je aan tot schilderen. Kun je aan de hand van een van de werken hier beschrijven hoe zo’n proces verloopt. Zoals bijvoorbeeld Für mich wird keine Wiese zum Bett?

‘Dat ontstond in een tijd dat ik me bezighield met heel kleine structuren in de natuur. Sowieso zijn de zaken waarmee ik me uiteenzet niet zo spectaculair.  Landschaps- en botanische structuren, vaak zijn het zaken waar anderen achteloos aan voorbij gaan. Zoals struikgewas of gras. Weides vind ik geweldig, die kan ik urenlang bestuderen.

Er zijn verschillende werken met dezelfde titel die zich met deze structuren bezighouden. De kleine aquarel daar bijvoorbeeld (wijst naar Ich bin Gott und seiner Welt zerfallen, een aquarel uit 2015). Bij het schilderen zijn meestal bepaalde verzen al present. Ik ken gedichten als Für mich wird keine Wiese zum Bett al zo lang. Ze liggen klaar, zoals gezegd, en dan is er opeens de overeenstemming.’

Für mich wird keine Wiese zum Bett

Ute Wöllman: Für mich wird keine Wiese zum Bett, 80 x 100 cm

Opvallend is dat er geen dieren in je werk voorkomen, maar juist het botanische en daarbij dan vooral de onopvallende plantenwereld. Zijn daarin parallellen met de gedichten van Bachmann?

‘Zeker! Er zijn veel relaties, of beter gevoelens die ze uitdrukt met beelden uit de natuur. Zij doet dit ook met dieren, die vind je in mijn werken niet, maar bij mij zijn het de natuurbeelden die ze heeft en vooral de florale zaken. Het is geen natuurlyriek, maar ze heeft wel sterke natuurbeelden. Dat is wat mij erg aanspreekt. Haar beschrijvingen zijn eigenlijk landschappen van de ziel, en daarin voel ik me sterk met haar verbonden.’

Je maakt een onderscheid tussen natuurlyriek en natuurbeelden?

‘Er zijn natuurlijk veel dichters die prachtige natuurbeelden oproepen. Ik heb me dan ook vaak afgevraagd: waarom spreekt Ingeborg Bachmann me zo aan? De anderen zijn eerder beschrijvend; de natuurbeelden van Rilke zijn ook geweldig maar ze zijn voor mij te beschrijvend.’

Je hebt een organische manier van schilderen. Wat in het oog springt zijn het ritme, de verfstreek, het pasteuze en de gewaagde kleurcontrasten. Men herkent direct jouw hand in een werk. Is het je doel om de natuur na te bootsen of moet ik dat anders zien?

‘Ik zou mijn werk eerder omschrijven als energetisch en zinnelijk. Ik houd eenvoudigweg van het schilderen zelf. Het werken met een penseel, de geur van olieverf. Het schilderen is voor mij een heel zinnelijke procedure. Daar begint het mee. Daarna wordt het meer energetisch. De natuur nabootsen, nee. Hooguit abstraheren. Het gaat om een energie, een spanning, een structuur die ik zie en die ik op het doek probeer vast te leggen. Ik schilder vaak buiten, maar het interesseert me niet wat ik zie. Ik zet dat wat ik zie om in iets abstracts. Ook Ingeborg Bachmann abstraheert de natuur. En dat doe ik ook. Daarin komen we dus overeen.’

In diesen Tag

Ute Wöllmann: In diesen Tag steh’ ich auf mit den Birken, 100 x 70 cm

Het energetische ontstaat tijdens het schilderen?

‘Dat is juist. Daarbij heb ik altijd expressief geschilderd, altijd met olie en altijd expressief. In Stuttgart werkte ik al in groot formaat. Ik gebruik het liefst grote doeken, het heeft met expressiviteit te doen.’

Het zijn geen landschappen die je maakt, ik zie bijvoorbeeld geen horizon. Het is eerder de microkosmos van de plantenwereld. En heel dichtbij, dicht op de huid. Buiten proportie en perspectief. Waar begin je mee?

‘Het begint met de kleur, onder alle schilderijen ligt een kleur.’

Je verliest je als kijker vervolgens in deze kleuren…

‘Dat overkomt mij ook, ik verlies me ook in de kleuren. Het rode werk hierachter ben ik buiten begonnen. Het grote doek stond opgespannen tegen een boom in een groen landschap. Alle voorbijgangers vroegen zich af wat ik in vredesnaam aan het schilderen was, want in het landschap was niets roods te zien. Dit jaar schilderde ik weer in de buitenlucht en ving ik een gesprek op tussen een man en zijn vrouw. “Zij doet wat er in haar opkomt, ze schildert totaal niet wat ze ziet.” (Schaterlacht). “Dit zijn alleen maar kleuren op een doek”, mopperde hij. En daarmee had hij het wezen van de schilderkunst uitstekend samengevat.’

Komt de kleur spontaan?

‘Nee, met de grote schilderijen heb ik altijd al een plan. Welke kleuren, welke ondergrond. Ik ga het liefst naar buiten. In einer dunkelblauen Stunde heb ik bijvoorbeeld buiten ’s nachts in Berlijn gemaakt. Tussen de mensa en de UdK is er een weg waar ik in het donker werkte. In het schijnsel van de zaklamp zag ik wat kleine planten, dat was mijn startpunt. Technisch gezien lukken bepaalde zaken niet als je buiten schildert. Vroeger schudde ik de verf als het ware over het doek, dat gaat en plein air niet.’

 

In einer blauen, dunkelblauen Stunde

Ute Wöllmann: In einer blauen, dunkelblauen Stunde, 200 x 160 cm

Zou de slotconclusie van dit gesprek kunnen zijn dat de overeenkomst tussen schilderkunst en dichtkunst de verdichting is?

‘Ja, absoluut. En onder verdichting versta ik: het openen van een nieuwe wereld van zinnelijkheid. Ik schilder zaken die ik niet zozeer zie, maar vooral ervaar. Ingeborg Bachmanns verdichting zou ik dan het openen een nieuwe taalwereld noemen.’

De tentoonstelling Bachmann in Farbe vond begin juli plaats op de Korte Vijverberg 2 in Den Haag. Een samenwerking van New German Art, de Oostenrijkse ambassade en Literaturhaus | Deutsche Bibliothek. De opening vond plaats op 4 juli.
Ute Wöllmann portraitUte Wöllmann volgde haar schilderopleiding aan de Hochschule (tegenwoordig Universität) der Künste in Berlijn als leerling van  Georg Baselitz. Hij was een van de beroemde schilders van de Neue Wilden-beweging in de jaren 80. In 1999 was ze mede-oprichtster van het vrouwencollectief GANG Art in Berlijn. In 2005 startte ze een eigen kunstopleiding, de Akademie für Malerei, direct tegenover haar oude opleiding. Naar het werk van Ute Wöllmann Portretfoto: Beate Klempe

Laat een bericht achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.