‘Het gaat mij juist om de tweede blik’

Artist talk met Katrin Hosterbach bij de opening van haar solo-tentoonstelling in Den Haag.

Katrin Hosterbach is van oorsprong vertaalster en volgde pas later een kunstopleiding in Berlijn. Literatuur is, samen met muziek, een belangrijke inspiratiebron. Marcel de Bruijn (New German Art)  sprak met haar bij de opening van haar solo-tentoonstelling ‘Painted music, painted words’ in Den Haag.

Als schilder vertaal je literatuur en muziek in een nieuwe, beeldende taal. En daarna vertaalt de toeschouwer het werk in feite opnieuw. In hoeverre hangt deze vertaalarbeid samen met het feit dat je abstract schildert?

‘Volgens mij is er geen samenhang. Ik heb gewoonweg nooit de behoefte gehad om figuratief te werken. Ik heb natuurlijk op de kunstacademie alle zaken geleerd, zoals portrettekenen, perspectief, licht en schaduw. Maar ik merkte ook meteen dat ik me daaraan niet wilde houden. De motor was altijd iets anders.
Bij het schilderen heb ik nooit de behoefte gehad een vorm weer te geven. Er zijn natuurlijk wel vormen in mijn werk, maar deze moeten niet grijpbaar zijn. Voor mij niet maar ook niet voor de toeschouwer. Het komt wel voor dat mensen toch iets zien, een mensfiguur of een vogelkop. Het is niet mijn bedoeling, maar ik kan het ook ik niet voorkomen. Er zijn best veel mensen die met de abstractie niet zo veel kunnen beginnen; je het een beetje moet toelaten. Een figuur of landschap geeft houvast. Maar in mijn werk komt het niet op de eerste blik aan. Eerder op de tweede of eigenlijk of de derde.’

Op de achtergrond: Teigbatzen, Feierabend en Ein Schaufelwurf

Op de tentoonstelling hangen vijf werken die je baseerde op Herta Müllers Atemschaukel. Daarbij vormde kleur het beginpunt van je onderzoek?

‘In een hoofdstuk in Atemschaukel worden inderdaad kleuren beschreven. Het gaat daarbij om de kleur van slakken, een restmateriaal dat achterblijft in hoogovens bij het maken van staal. De hoofdpersoon, Leon, beschrijft kleuren of schakeringen die ik als uitgangspunt neem. Hij verbindt al deze kleuren met persoonlijke herinneringen aan betere tijden.  Ik heb hier mijn eigen vertaling aan gegeven.’

Katrin Hosterbach: Teigbatzen, acryl op doek, 140 x 95 cm

Kun je kort vertellen waar deze roman over gaat, met name het hoofdstuk dat jou inspireerde?

‘Het boek gaat over de ontbering van een Roemeense Duitser in een werkkamp in Rusland. Met een andere medegevangene moet hij hoogovens ontdoen van slakken. Restmateriaal dat verschillende kleuren aanneemt naar gelang het stadium waarin het zich bevindt. Müller beschrijft deze kleuren in de roman: geel, wit en zelfs groen als er gras doorheen groeit.  In de hoogoven zelf zien de slakken er weer anders uit. In het schilderij dat hier achter mij hangt, Teigbatzen, zijn de slakken nog taai.

Zo heb ik in één hoofdstuk van Atemschaukel tien verschillende soorten slakken ontdekt. Elk met een andere kleur en een andere kwaliteit. Ik had ervoor kunnen kiezen om de structuur van deze slakken weer te geven, maar textuur is niet mijn ding. Voor mij is materialiteit iets vlaks.’

Ik begrijp dat je je tijdens het maken van deze serie op een gegeven moment zelfs verantwoordelijk voelde voor je hoofdpersoon. Dat speelde vooral bij het tiende werk in de serie, Feierabend?

‘Ik begon deze serie in 2009 een jaar voor de afsluiting van mijn opleiding. Ik maakte negen werken en wist: ik moet er nog één. Voor het personage Leon was de Feierabend-slak de belangrijkste. Hadden de slakken deze kleur rood, dan wist hij dat zijn shift bijna ten einde was en er iets te eten zou zijn. Ee belangrijk gegeven in de roman, waar voortdurend honger wordt geleden. Dit werk moest dus goed worden, het is uiteindelijk ook mijn favoriet in deze serie.’

Je werken hebben op mij dezelfde uitwerking als de slakken op Leon. Ze hebben een grote diepte,  je verliest de oriëntatie. Is het zo dat deze diepte ontstaat door het schilderen lagen over elkaar?

‘Dat klopt. Als ik pasteus zou werken en de verf erop spatel, is het doek als het ware dicht. Dan weet ik niet wat daarachter ligt. Het proces van de verschillende lagen over elkaar geeft deze diepte wel. De lagen zijn voor mij tegelijkertijd een metafoor voor de gelaagdheid in ieder mens. Ik bedoel daarmee niet dat ieder mens gecompliceerd of complex is, maar wel: mensen zijn niet wat ze op de eerste gezicht lijken. Voor mij is belangrijk dat een werk bij de eerste blik aantrekt, maar dat er daarna nog meer te ontdekken is.’

Zou je dit effect ook kunnen bereiken met olie?

‘Olie kun je natuurlijk ook verdunnen, maar acryl droogt sneller. Olie werkt alleen als je het gelijkmatig uitsmeert zodat je dezelfde transparantie heeft, maar dan nog krijg je dit effect niet. Met olie wordt het een heel andere  techniek.’

Hoe lang doe je over een schilderij?

‘Een maand, mits ik er regelmatig aan blijf werken. Ik leg het werk vlak op twee schragen. Ik heb ook wel met een verlengde penseel op de grond gewerkt, dat lijkt dan een beetje op stofzuigen. Omdat acryl heel vloeibaar is en ik de loopsporen niet wens, moeten de doeken liggen. Meestal werk ik met 60 tot 80 lagen. De acrylverf verdun ik met water. De eerste dertig lagen gebeurt er nog niet zoveel. Ik ben dan ongeduldig: wanneer komt er iets? Pas daarna ontstaat er diepte.’

Het lijkt erop dat je de toeschouwer wil wijzen op de oneindige mogelijkheden die in één kleur besloten liggen. Klopt dat?

‘Ik kan niet zeggen dat ik problemen heb met meerder kleuren, maar monochroom spreekt me meer aan. In alle werken zijn meerdere kleuren opgenomen, alleen zie je die niet altijd in het eindresultaat. De hoofdkleur komt uit één bereik, maar vaak zitten daaronder ook nog bruintonen en groenen.’

Je zingt in een koor en kent de passiemuziek van Bach. Net als Atemschaukel kennen deze werken een afwisseling van lijden en veerkracht. In Herta Müllers boek uit deze veerkracht zich in de taal; uit een verschrikkelijke situatie wordt dankzij taal iets poëtisch opgeroepen. Is deze spanning ook datgene dat jou als kunstenaar aanjaagt? Niet kunst als troost maar kunst als weerspiegeling van menselijke grondervaringen?

‘Dat weet ik niet. Bij deze vraag denk ik direct aan de theorie dat wanneer het slecht gaat een kunstenaar beter werk maakt. Maar wat mij betreft is dat niet noodzakelijk. Het lijden, het geluk – het spiegelt zich allemaal in mijn werk. Het gaat me om het menszijn, met al zijn facetten. Nogmaals, dat bied ik met mijn schilderijen aan. Maar het niet gezegd dat de toeschouwer dit ook zo beleeft.’

Katrin Hosterbach: Come Heavy Sleep (6-6), 140 x 80 cm

We hebben net een lied van Dowland gehoord, Come heavy sleep. Geldt voor deze muziek hetzelfde?

‘In dit geval waren de werken er vóór de muziek. De zes blauwe schilderijen stonden al een tijdje in mijn atelier. De titel van het muziekstuk hoorde ik daarna. Ik werkte in deze serie met het idee van een donker werk rond het begrip rusten, en toen was er dit lied van Dowland. Maar meestal heb ik de tekst vooraf. Het kan ook een akkoord zijn, een frase die ik in het koor zing of een stemming, zoals tijdens mijn reis naar Japan. Ik was daar precies op het moment dat de kersenbomen in bloei stonden. Die heb ik geprobeerd weer te geven in de recente Sakura-serie.’

Dit interview werd gehouden op 8 mei 2019 bij de opening van de tentoonstelling ‘Painted music, painted words’ van New German Art. De vernissage was georganiseerd samen met Deutsche Bibliothek Den Haag/Literaturhaus.

Foto’s artist talk: Beate Klemke

 

Laat een bericht achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.